9 november 2008
Zaterdagavond 8 november. Ik zit in de trein. Een medepassagier beklaagt zich over het feit dat mensen hem als allochtoon niet serieusnemen totdat hij vertelt dat hij een universitaire studie volgt. Ik volg het gesprek en vind hem sympathiek. Tot hij zijn mp3-speler op storend volume laat spelen.
Een enerverend gesprek
Voor een keertje heb ik geen zin de jongen van repliek te dienen. Het is zaterdagavond en ik heb geen zin in gedoe. Volgende keer beter.
Ik zet mijn koptelefoon op. Op hetzelfde moment mompelt de jongen in kwestie:
Ik snap niet waarom een jongen zijn nagels rood lakt. Zwart okee, maar rood?
Ik denk een paar seconden na, zet mijn koptelefoon af en antwoord hem:
Ik op mijn beurt snap niet dat je in een volle trein je muziekspeler op zo een storend volume laat spelen.
De muziekbeluisteraar vindt dit erg grappig en begint stoer te vertellen dat we wel meer dingen van elkaar niet snappen en dat vooral zo moeten laten. De andere reizigers bemoeien zich er niet mee. Dat vind ik jammer, want ik weet dat zij zich er ook aan storen. Dus ik vertel de jongen dat ik het eigenlijk wel met hem eens ben omdat andere reizigers blijkbaar geen last van zijn herrie hebben. Dat helpt, want twee medereizigers voegen zich toe aan ons gesprek en laten weten ook niet van zijn luide muziek gediend te zijn. Eén reiziger voegt er tot mijn genoegen aan toe dat het vooral het meezingen is dat hem stoort. De herrieschopper antwoordt quasi gevat dat het misschien iets voor talentenjacht Idols is.
Hiermee is de kous af; mijnheer Decibel heeft de illusie dat hij mij heeft gedist en ik heb de illusie van de wereld een iets betere plaats te hebben gemaakt.
Slachtoffer? Slachtoffer.
Je vraagt je af waarom de jongen in kwestie niet serieusgenomen wordt. Is het zijn etniciteit, of is hij wellicht slachtoffer van zijn eigen houding en gedrag?