24 april 2007
Het draaien van een besturingssysteem anders dan Windows of Mac OS schept een band. Je bent anders, je weet wat je doet, je kiest bewust. Het spotten van een *nix'er in het openbaar vervoer is dan ook een aangename gebeurtenis.
Als sneeuw voor de zon
De dag wordt een stukje leuker als je een *nix'er met een laptop tegenkomt. Je laat hem of haar subtiel merken dat je weet waarom Gnome, KDE, Xfce of Fluxbox zijn of haar desktop siert. De nukkigheid (want overvolle trein) verdwijnt als sneeuw voor de zon als je soortgenoot beseft dat hij of zij eindelijk begrepen wordt.
Aanknopingspunten zijn er dan genoeg. Praat over de kritiek van Linus Torvalds op Gnome, haal de release van Debian Etch aan, vraag naar zijn of haar ervaringen met WPA onder Linux, kreun gekweld als je hoort dat in OpenBSD voor de tweede keer in tien jaar een kwetsbaarheid is ontdekt die op afstand valt uit te buiten… En vraag voor de aardigheid welk OS zijn of haar broodrooster draait.
Alternatief
De kans dat een *nix'er een afwijkend figuur blijkt te zijn is betrekkelijk groot. Er moet toch lichtelijk een steekje bij je los zitten wil je kunnen genieten van een besturingssysteem dat welliswaar superieur is, maar niet altijd overweg kan met de Grote Boze Buitenwereld. Associaties met autisme, Juche en masochisme dienen zich aan.
Als klap op de vuurpijl
De grootste verdienste van *nix'ers is nog wel dat zij niet of nauwelijks gebruik maken van Internet Explorer. Zij helpen het www een fijnere plaats te worden. Hippies zouden *nix'ers moeten knuffelen in plaats van bomen.